In de regio waar ik woon, vestigen zich veel jonge Portugezen die hun leven en werk in de stad achter zich laten om hier, in de oneindige ruimte van de Alto Alentejo, een nieuw leven te beginnen, aangepast aan het ritme van de natuur. Om het zo te zeggen: zoals het in het begin was — op menselijke schaal.
Deze nieuwkomers zijn over het algemeen bijzonder creatief in het bedenken van manieren om hun leven opnieuw vorm te geven. Een manier die gebaseerd is op een vredig bestaan, waarin geld niet langer de drijfveer is en waarin zij hun talenten gebruiken om de wereld voor iedereen een betere plek te maken. Het zijn hun verhalen die ik in deze serie vertel. Ter inspiratie, omdat blijkt dat alles mogelijk is. Om te leren, omdat we veel van anderen kunnen leren. Altijd. En ter vermaak, omdat het verhalen zijn die vreugde uitstralen. En dat werkt aanstekelijk.
Nog voordat hij de deur van de zaal opent, hoor je het al gonzen.
“Luís!”
Er klinkt gelach en geschuifel. De meeste deelnemers zitten al op hun yogamat, degenen die nog staan kijken op naar de deur alsof ze een beroemdheid verwachten. Dan verschijnt hij in de deuropening. Lang, slank, donker haar, een scherp gesneden gezicht. Hij omhelst iedereen en ze krijgen allemaal een kus op beide wangen. Hij vraagt aan de een hoe het met haar knie gaat, aan een ander of de kleinzoon inmiddels uit Frankrijk is teruggekomen en of de hond de ingreep goed heeft doorstaan. Luís weet het allemaal dankzij zijn goede geheugen en vooral zijn oprechte interesse. Het duurt zeker tien minuten voordat hij iedereen in de ogen heeft gekeken. Een buitenstaander zou denken dat de les veel te laat begint. Ik weet inmiddels beter. Dit ís de les.
Ik ontmoet Luís een paar jaar eerder aan een picknicktafel in Santo António das Areias. De loco-burgemeester van Marvão, Luís Costa en wethouder Paula Trindade hebben me daar uitgenodigd om mee te denken over een nieuw initiatief: de Universidade Senior de Marvão, een senioren universiteit. Of ik in het kader van meer bewegen yogalessen wil geven. Vrijwillig, voegen ze er meteen aan toe. Dat hoort bij het concept. Iedereen die lesgeeft, doet dat belangeloos. Kennis is natuurlijk veel waard en een gemeenschap wordt soms gebouwd op iets anders dan geld.
Aan die picknicktafel neemt ook Luís plaats. Hij is wat later. Ik heb hem nooit eerder ontmoet. Flamboyant, niet van hier, denk ik. Hij steekt meteen van wal en vertelt relaxed over de plannen zonder grote woorden te gebruiken en wel met het enthousiasme van iemand die ergens werkelijk in gelooft. Ik zeg ja. Achteraf vraag ik me af of ik ja zei tegen het onbezoldigd lesgeven of tegen Luís.
Sindsdien zie ik hem regelmatig aan het werk. Hij lijkt altijd onderweg. Van de theaterlessen naar de computerles. Van de schildersezels naar het Walking Football. En soms bij mij in de les. Overal wordt hij aangesproken.
“Luís!”
Weer iemand die iets wil vragen of vertellen. En altijd heeft hij de tijd. Dat is misschien zijn grootste talent. Niet organiseren. Niet lesgeven. Niet theater spelen. Wel tijd maken voor de mensen die voor zijn neus staan.
De meeste deelnemers zijn vrouwen. Hun mannen hebben zo hun eigen bezigheden. De moestuin, de schapen, de olijfbomen, de bar waar ze kaarten en een biertje drinken of een reparatie die volgens henzelf niet nog een dag kan wachten. De vrouwen komen naar de universiteit. Ze schilderen, leren omgaan met een computer en telefoon, leren Engels, zingen, spelen toneel of wandelen met elkaar.
Er is geen fysiek gebouw waar alles zich afspeelt. Ieder vak heeft zijn eigen locatie in het dorp. Op papier heet het wel een universiteit. In werkelijkheid zijn de lessen een ontmoetingsplaats. Hier wordt niet gevraagd welke opleiding je hebt gevolgd. Hier vraagt iemand of je gisteren ook kastanjes bent gaan rapen.
Portugal kent inmiddels honderden van deze senioren universiteiten. Ze zijn ontstaan vanuit een eenvoudig idee: leren stopt niet wanneer je 55+ bent of eindelijk recht heb op je staatspensioentje. Het leven begint dan voor velen hier opnieuw. Eindelijk is er tijd om iets te doen waar iemand altijd al nieuwsgierig naar was. Dat merk je hier iedere dag. Een vrouw van tweeëntachtig die voor het eerst een penseel vasthoudt. Een voormalige boer die voorzichtig een e-mail verstuurt en daarna breed glimlacht alsof hij zojuist de maanlanding heeft uitgevoerd. Een groepje dat tijdens de theaterles harder moet lachen om de vergissingen en om zichzelf dan om de tekst zelf. Luís geniet zichtbaar.
Wanneer een computer besluit een eigen leven te leiden, kijkt hij ernstig naar het scherm.
“Ik denk dat hij vandaag geen zin heeft.”
De hele klas schiet in de lach. Even later blijkt natuurlijk dat iemand al tien minuten op dezelfde knop drukt.
Luís lijkt het allemaal vanzelf te doen. Alsof hij nooit iets anders heeft gedaan dan mensen met elkaar verbinden, maar achter die vanzelfsprekendheid schuilt een lange weg.
Hij werd geboren op kerstavond 1987, hier in Santo António das Areias. Een echt kerstkind, zeggen de mensen uit het dorp nog altijd. Opgegroeid tussen de heuvels, de kurkeiken en de eeuwenoude grens met Spanje. Een streek waar iedereen elkaar kent en waar bijna iedere familie wel ergens aan de andere kant van de grens een oom, tante of grootouder heeft wonen. Ook Luís is zo’n echte Raiano. Aan vaderskant stroomt Spaans bloed door de familie. De grens was hier nooit een harde lijn. Alleen een rivier. Tijdens de jaren van het regime van Salazar werden ‘s nachts koffie, tabak en andere goederen gesmokkeld. Niet uit avontuur, maar uit noodzaak. De grens verdeelde landen, maar niet de families.
Misschien is dat wel de reden dat mensen hier zo gemakkelijk over grenzen heen kijken en buitenlanders niet als aliens zien. Wat ik wel weet, is dat Luís al jong ontdekt dat hij liever tussen mensen staat dan achter een bureau zit. Theater trekt hem aan. Dans ook. Zijn doel is nooit geweest om zelf in de schijnwerpers te staan. De ander de kans geven dat te doen, is wat hem inspireert. Een andere rol spelen, al is het tijdelijk, overstijgt de zelf-opgelegde beperkingen van het dagelijks leven. Een verlegen man die opeens hardop durft te lachen. Een vrouw die haar hele leven zei dat ze niet kon tekenen en ineens met een prachtig schilderij thuiskomt. Dat soort kleine wonderen fascineren hem nog steeds.
Later zal hij werken met mensen die herstellen van hersenletsel. Met volwassenen met een beperking. Met kinderen. Met ouderen. Steeds opnieuw zoekt hij antwoord op dezelfde vraag. Hoe krijg je iemand weer in beweging? Soms letterlijk. Veel vaker van binnen. Misschien is dat wel de rode draad in zijn leven. Het lesgeven, organiseren en begeleiden zitten weliswaar in zijn bloed, maar mensen laten ontdekken dat er nog iets mogelijk is, ook als ze zelf bijna vergeten waren dat dat kon, dat is zijn drijfveer. Wanneer ik hem daar zo zie lopen, tussen de yogamatten of tijdens de halfjaarlijkse groepslunches, vraag ik me af of hij ooit ergens anders had kunnen eindigen. Waarschijnlijk wel.
De ouders van Luís behoren tot een generatie die nauwelijks een keuze heeft gehad. Ze werken hard, zoals bijna iedereen hier. De armoede is groot en er moet brood op de plank komen. School is belangrijk, werken nog belangrijker. Wie twaalf jaar is, is oud genoeg om mee te draaien. Voor hun kinderen willen ze maar een ding: meer kansen dan zijzelf ooit hebben gehad.
Daarom studeert de generatie van Luís. Jeugdvrienden vertrekken naar Lissabon, Porto en Coimbra. Sommigen worden ingenieur, verpleegkundige of jurist. Vaak in het buitenland. Betere banen, betere salarissen. Ze bouwen een leven op dat steeds verder af komt te liggen van de bergen waar ze zijn opgegroeid. Alles draait om geld.
Luís kiest voor een opleiding in sociaal-cultureel werk. Geen studie waarmee je rijk wordt. Daarna volgt theater. Dat voelt voor hem als een logische stap. Theater laat zien dat een mens veel meer is dan hij zelf denkt.
Dan overlijdt plotseling zijn vader. Van de ene op de andere dag verliest theater zijn vanzelfsprekendheid. Er moet gewerkt worden. Niet uit plichtsgevoel alleen, maar omdat verdriet soms vraagt om iets concreets. Hij verhuist naar Lissabon of beter gezegd: de wereld rondom Lissabon.
Daar werkt hij in een revalidatiecentrum met mensen die na een ongeluk of een hersenbeschadiging opnieuw moeten leren leven. Later begeleidt hij volwassenen met een beperking. Vervolgens werkt hij in KidZania, een wonderlijke miniatuurstad waar kinderen voor één dag piloot, brandweerman, arts of kok kunnen zijn.
“Fantastisch,” zegt hij. “Maar ik ontdekte ook dat ik liever werk met mensen die denken dat ze niets meer kunnen dan met kinderen.”
De meeste mensen zoeken energie bij jongeren. Luís vindt die juist bij ouderen. Of bij mensen die ergens onderweg hun vertrouwen zijn kwijtgeraakt. Hij werkt in woonvoorzieningen, begeleidt vakanties voor mensen met een beperking en is jarenlang persoonlijk begeleider en verzorger van kinderen met autisme. Wanneer je zijn ellenlange cv leest, zie je verschillende functies. En als je beter kijkt, zie je steeds hetzelfde terugkeren: mensen laten geloven dat er morgen weer iets mogelijk is.
Naast zijn werk staat hij veel op het podium. Het acteur zijn vindt hij heerlijk vooral omdat acteren nooit los staat van het gewone leven. Een goede voorstelling ontstaat pas wanneer mensen elkaar echt zien. Dat geldt ook voor de mensen in een klaslokaal, een zorginstelling of een woonkamer.
Dan komt corona. Alsof iemand de pauzeknop heeft ingedrukt. Theaters gaan dicht. Er is geen werk meer voor de gezelschappen waarin hij speelt. De stad valt stil. Iedereen moet binnen blijven. Sommige mensen worden depressief van die plotselinge bewegingsloosheid. Bij Luís gebeurt iets anders. Hij hoort de stem van thuis.
Hij vertelt er nauwelijks dramatisch over. Geen groot keerpunt. Geen blikseminslag. Geen moment waarop hij besluit zijn leven om te gooien. Zo gaat het meestal ook niet. Het ene idee schuift langzaam tegen het andere aan. Er komt een telefoontje. Een kans. Een gesprek. En ineens blijkt een deur open te staan waarvan hij niet wist dat die bestond.
In 2022 keert hij terug naar Marvão. Hij houdt wel zijn huis in Sintra aan. Dat is tenslotte de plek waar al zijn vrienden wonen en de theaters zijn. Regelmatig rijdt hij er naartoe voor een weekend. Soms voor een voorstelling. Soms gewoon om oude vrienden te zien en gezellig te stappen. Je hoeft niet alles achter je te laten om ergens opnieuw te beginnen. Dat vind ik misschien wel het mooiste aan zijn verhaal. Terugkeren betekent niet dat je je verleden opgeeft. Je neemt het mee.
De eerste tijdelijk baan die op zijn pad komt, sluit wonderlijk goed aan bij alles wat hij eerder heeft gedaan. Een project voor actief ouder worden, bedoeld om eenzaamheid tegen te gaan in de dorpen rondom en in Marvão dat zelf nog vijftig inwoners heeft terwijl de hele gemeente zo’n drieduizend zielen telt. Hij bezoekt de ouderen die soms dagenlang niemand zien. Hij organiseert activiteiten en luistert naar de verhalen. Opnieuw ontdekt hij hoeveel rijkdom er verborgen ligt in mensen die denken dat hun leven eigenlijk al verteld is.

Samen met collega’s werkt hij mee aan een boek en aan documentaires waarin ouderen hun herinneringen delen. Geen grootse geschiedenis, wel lokale verhalen over smokkel, over honger en armoede, over liefdes en verlies, over het land en over een tijd waarin bijna alles met de hand gebeurt.
Zonder het zelf te beseffen, verzamelt Luís iets wat je nergens kunt kopen: vertrouwen. Het vertrouwen van de mensen en van de gemeente. Wanneer het project rond actief ouder worden afloopt, zit hij precies één week zonder werk. Zeven dagen waarin hij niet weet wat er gaat gebeuren. In de grote stad zou dat misschien onrust hebben gegeven. Hier niet. De telefoon gaat. De gemeente vraagt hem de senioren universiteit van Marvão op te zetten.
Wanneer ik Luís vraag waarom hij dit werk zo graag doet, geeft hij geen ingewikkeld antwoord.
“Ik vind het mooi als mensen weer gaan leven.”
Alsof hij zijn eigen overtuiging kracht wil bijzetten, is hij opnieuw gaan studeren. Aan het Instituto Politécnico de Portalegre volgt hij de opleiding Educação Social. Dit studiejaar rondt hij af in Sevilla waar hij zich op verheugt want het Spaanse bloed in zijn aderen is soms sterker dan het Portugese.
Luís staat niet altijd aan. Af en toe stapt hij in zijn auto. Zonder plan. Zonder route. Gewoon rijden. De Portugezen hebben er een mooie uitdrukking voor: soltar a franga. Letterlijk vertaald betekent het: de hen loslaten, figuurlijk is het: alle remmen los, even zonder sociale filters zijn en de hele nacht dansen tot je erbij neervalt.
En dat past wonderlijk goed bij hem. Misschien omdat zijn leven zelf ook zo verlopen is. Hij maakte vroeger wel eens plannen en het leven maakte er steeds iets anders van. De dood van zijn vader. De jaren in de zorg. Toch het theater. Corona. De terugkeer. Steeds opnieuw ging er een deur dicht en een andere open.
Achteraf lijkt het alsof alles precies zo had moeten lopen. Daar zit misschien wel de belangrijkste les van zijn verhaal. Niet dat je altijd moet terugkeren naar de plek waar je geboren bent, dat zou veel te eenvoudig zijn. Niet iedereen hoort thuis in zijn geboortedorp en niet ieder dorp wacht op dezelfde manier op zijn kinderen. Maar soms ontmoet ik mensen bij wie de plek en de mens weer bij elkaar zijn gekomen. En Luís is een van hen. Hij is niet teruggekomen omdat het leven in de stad niet leuk was, wel omdat hij heeft gemerkt dat hij hier van betekenis kan zijn. Dat is iets anders.
Toen ik hem voor het eerst ontmoette, aan die picknicktafel in Santo António das Areias, wist ik nog niet dat hij zo’n centrale rol zou gaan spelen in het leven van zoveel ouderen. Hij zelf waarschijnlijk ook niet.
Aan het einde van een les loopt de zaal langzaam leeg. De yogamatten worden opgerold, de stoelen die zijn gebruikt door degene die niet op de grond kunnen zitten, worden weer opgestapeld. Iedereen ruimt zijn eigen spullen op. Ze beloven me op hun ademhaling te letten en af en toe stil te staan bij wat ze aan het doen zijn. Luís die dit keer heeft meegedaan verlaat de prachtige zaal in de brandweerkazerne samen met mij.
Morgen begint alles opnieuw. Nieuwe verhalen. Nieuwe vergissingen. Er zal gelachen worden. En ergens tussen al die gewone momenten gebeurt iets wat je niet kunt organiseren en al helemaal niet kunt subsidiëren. Mensen voelen zich gezien. Misschien is dat uiteindelijk wel de mooiste betekenis van thuiskomen. Terugkeren naar de plek waar je bent geboren is altijd goed al is het soms tijdelijk. Thuiskomen betekent voor mij terechtkomen op een plek waar je, zonder veel woorden, precies kunt zijn wie je bent met al je talenten en waar anderen blij zijn dat je er bent.
Bedankt voor het lezen van mijn werk over:
mijn dagelijks leven en werk in Marvão, Portugal;
hatha-yoga in zijn oorspronkelijke vorm;
bewustwording en levenskeuzes.
Abonneer je om niets te missen. Dank voor de steun — er zijn al meer dan 250 lezers.
Alvast bedankt — en deel mijn teksten gerust!
Heb je vragen? Stuur me een bericht — ik antwoord altijd.





Prachtig Liesbeth. 'Terugkeren betekent niet dat je je verleden opgeeft' zo heb ik dat ook ervaren toen ik terugkeerde naar het noorden. Een inspirerend portret en herken er ook veel in.